Dag 86: van Trabadelo naar O Cebreiro (19,4 km)
29 juli 2018 - O Cebreiro, Spanje
Zonnig, max. temp 25º
Vandaag 19,4 / Totaal 2307,7 kilometer
Na een erg rustige nacht werd ik rond kwart voor zes wakker, nadat enkele andere pelgrims zich opmaakten om te vertrekken. Samen met Wojtek en Davor nam ik nog het door Fermin en Susi klaargemaakte ontbijt, waarna we iets over zevenen de staldeur van de pelgrimsherberg achter ons dichttrokken. Het was inmiddels al licht aan het worden maar de wind zorgde er wel voor dat het nog wel een beetje koud aanvoelde. Flink doorstappen moest er voor zorgen dat ik warm werd en bleef voor de komende kilometers. De eindbestemming lag vandaag niet zo ver, vandaar dat ik ook wat later vertrok dan normaal. Het zouden zo’n kleine 20 kilometer worden vandaag, dus tijd genoeg om rustig aan te doen, in de herberg waar ik ga verblijven kan ik ook pas na één uur vanmiddag terecht, dus haasten heeft helemaal geen zin. En trouwens ik blijf de komende dagen mijn motto volgen “Festina Lente” dus, want nu gaat het erg kort dag worden, voor ik het weet is mijn pelgrimstocht voorbij.
Nadat we het dorpje Trabadelo waren uitgelopen kwamen we weer terecht bij de oude rijksweg, die al jaren geen dienst meer doet en die ons bracht naar de provinciale weg, waar we al bijna in het dorpje La-Portela aankwamen. Het was zondag en zoals gewoonlijk in Spanje zijn dan de winkels en de meeste barretjes gesloten. Gelukkig is er in elk dorpje wel iets open, zodat een verfrissing of lekker bakje koffie er altijd wel in kan. In La-Portena liepen we door de kleine dorpskern, waarna we verder over de provinciale weg liepen. Er reed nog amper verkeer en het gekwinkeleer van de vogeltjes kreeg weer de boventoon. In de verte hoorden we helaas wel het voorbijrazende verkeer over de autosnelweg, wat hoog boven ons door het dal van Vancarca zijn weg zocht. Tussen de kastanjebomen door wandelden we gedrieën verder in een rustig tempo, waarbij we veel met elkaar praatten. De Kroaat Davor begon over de oorlog in het voormalige Joegoslavië en de waanzin die dat met zich mee had bracht. Hele families, de beste vrienden en goede buren waren van de éne op andere dag ineens vijanden van elkaar, waarbij mensenlevens niet gespaard werden. Wojtek en ik hebben hem een half uur alleen maar met volle mond aangehoord, niet wetende wat te zeggen, de gruwelijkste situaties kwamen voorbij. Natuurlijk heb ik van collega’s en uit de media wel het een en ander vernomen wat daar heeft afgespeeld, maar verhalen aanhoren van mensen die er zelf bij waren en die er nog steeds emotioneel op reageren is wel andere koek. Gelukkig is de rust inmiddels wedergekeerd in zijn geboorteland en Davor zou er voor geen goud meer weg willen.
Voor we het wisten waren we in het gehucht Ambasmestas aangekomen en besloten er maar een koffiepauze te houden. Hier in dit plaatsje komen twee rivieren bij elkaar, de Balboa en Valcarce. In een herberg, waar alles donativo was, kwamen we in gesprek met José, de Braziliaanse eigenaar, die er samen met zijn gezin een prachtig pelgrimsverblijf had gemaakt. Toch blijf ik het knap vinden dat er nog steeds herbergen bestaan die donativo zijn, dus dat gasten mogen bepalen wat men betaalt voor verblijf, eten of drinken. Zelf houd ik er een vaste stelregel op na; €10,- voor een bed, €10,- voor een avondmaal en €5,- voor een ontbijt, maar vergeleken met hotelprijzen is het nog niks, maar ja daar slaap je ook niet in een stapelbed met twintig personen in een ruimte.
Na het gezellige gesprek met de Braziliaan José, die verrassend genoeg helemaal niks met voetbal heeft, namen we afscheid en gingen weer verder. Al snel kwamen we weer in het volgende dorpje, Vega-de-Valcarce, waar verrassend genoeg veel pelgrimsherbergen staan. Veel pelgrims willen hier de nacht doorbrengen zodat ze heel vroeg aan de klim naar Galicië kunnen beginnen, een echte uitdaging. Wij hadden inmiddels zo’n acht kilometer gelopen en het was inmiddels al negen uur geweest. Maar onze eindbestemming lag op zo’n 12 kilometer, dus nog maar een goede 2,5 uur wandelen en we zouden er al zijn, de hitte zou vandaag geen rol spelen. Vega is gebouwd tussen twee oude vestingen, Veiga en Sarracín, al meer dan duizend jaar oud. Het landschap werd steeds vochtiger en ontoegankelijker. Hoewel we nog steeds in de provincie León zijn lijken de omgeving en de manier van leven helemaal niet meer op dat van de vlakte van de páramo. We waren in een heel andere wereld aangekomen die een beetje lijkt op Oostenrijk of Zwitserland, zonder de bergsporten dan. Er verschenen behoorlijke bergtoppen aan de horizon en in de verte hoorden we het geklingel van de koebellen. Vanaf hier ging het pad nog langzaam omhoog en bij het volgende plaatsje, Ruitelán, stonden de hellingen ook hier vol met kastanjebomen.
We liepen nog enkele honderden meters lichtjes omhoog totdat we linksaf over een Romeinse brug Las-Herrerías bereikten. Tot nu toe was de gevreesde klim naar O Cebreiro niet meer geweest dan een makkelijke wandeling door het lage gedeelte van deze ingesloten vallei. Maar nadat we Las-Herrerías achter ons gelaten hadden was het afgelopen met lanterfanterij, nu ging het pas echt omhoog. Net als in de mooie bergetappes van de Tour de France, is het eerste deel vlak en dient het vooral om de spieren op te warmen. Het feestelijk hoogtepunt, de echte uitdaging komt aan het einde, doorgaan zonder stoppen naar de eindstreep, die net als die van O Cebreiro ook meetelt voort de bolletjestrui. De eerste kilometer loopt nog omhoog over een asfaltweg, maar dan volgt een afslag naar links met een voetpad voor de stappers, de fietsers blijven de asfaltweg volgen.
We vervolgden onze weg over de Galicische corredoiras (oude veeweggetjes) waar de kasseien erg onregelmatig in het wegdek gesmeten leken te zijn. Het werd nog een half uurtje zwaar omhoogklimmen, onder een dicht bladerdak totdat we bij het volgende gehuchtje aankwamen, La-Faba. Dit plaatsje bestaat enkel uit een groepje traditionele boerenhoeven, die helemaal aan de veeteelt gewijd zijn. Een Duitse vereniging van Compostela heeft hier een pelgrimsherberg geopend, waardoor het dorpje ook hier weer wat opleeft. Na dit plaatsje wordt de helling minder steil en het voetpad beter toegankelijk, waarna we bij een open weidegebied uitkomen met veel minder bomen.
Twee kilometer verderkomen bracht ons bij het plaatsje Laguna-de-Castilla, het allerlaatste dorpje in de provincie León, hoewel de omgeving en de sfeer meer op die van hun Galicische buren lijken. Er staan nog een paar houten traditionele gebouwen (palloza’s) bestemd voor de opslag, met een vierkante fundering en een rieten dak. Ondanks dat ik hier al enige tijd in de zon liep, was de wind flink aangewakkerd en het voelde frisjes aan. O Cebreiro zag ik nog niet liggen, hoewel ik voelde dat het er bovenop de berg zou liggen en wist dat het niet ver meer zou zijn. Ik moest nog even het hoofd bieden aan de laatste steile helling, die ingebed ligt in een landschap van groene glooiende heuvels. Ik zag er prachtige vergezichten en aan de andere kant van het dal zag ik de bergen van León, die al weer ver weg in de herinneringen leken te zijn weggezakt.
Er kwam eindelijk een einde aan de helling en de gebeurtenissen volgden elkaar hier snel achter elkaar op. Ik kwam bij de provinciegrens waar een kilometerpaal met het getal 160,948 km, zover is het nog tot Santiago. Vanaf dit moment zal er om de 500 meter zo’n paaltje voorbijkomen, waarmee het grote aftellen is begonnen.
Rond half één kwam ik op de top aan, O Cebreiro een bijzondere plek op de route naar Santiago. Alle grootheden die van de Camino een magische plek maken komen samen in deze nederzetting, die het voorportaal van Galicië is. Het mysterieuze landschap, de palloza’s, de nevel die er zelfs vandaag ook nog hing en natuurlijk alle legendes. Op deze bergpas, 1300 meter hoog, bestond al lang in vervlogen tijden een pelgrimsherberg en rond het jaar 1300 vond er een wonder plaats. Een inwoner van Barxamaior liep in een vliegende storm de berg op om er naar de mis te gaan. De pastoor, die niet erg gemotiveerd was zei dat hij de moeite niet had hoeven doen, waarna de hostie in vlees veranderde en de wijn in bloed. De miskelk uit dit verhaal wordt nu nog steeds bewaard in de kerk. er wordt verteld dat Isabel van Castilië deze miskelk heeft proberen mee te nemen naar een veiligere plaats, maar de paarden weigerden verder te lopen dan Pereje. Dit zag ze als een teken van God en schonk de kelk terug aan de kerk. In dit schitterende plaatsje vond ik er de pelgrimsherberg, waar plaats was voor 106 personen. Ik had er een schitterend uitzicht over de omgeving en heb er prachtige foto’s kunnen maken. In de middag heb ik enkele uurtjes geslapen, waarna ik in de avonduren nog even in gesprek kwam met Fabries en de Nederlander Marcel, die morgen al weer aan zijn laatste wandeldag gaat beginnen.
Zo heb ik, ondanks de korte wandeltocht, ook vandaag weer het nodige mogen beleven en ben tot de bewustwording gekomen dat het einde langzaam in zicht begint te komen. De kilometerpaaltjes die onderweg voorbij zullen blijven komen, zijn daar de harde realiteit van.

En blijven genieten 😉
De laatste loodjes
Probeer hier toch van te genieten
Wat schrijf je toch mooie verhalen Tony
Groetjes Jo
Nú ben je onderweg naar een goede nachtrust.
Mooie dag morgen x
Ga er nog van genieten
De laatste loodjes
Wat schrijf je toch mooie verhalen
Geniet van de momenten.Doorzetter!!!!
De laatste loodjes wegen het zwaarst.XXX
GR Tante Sjan en Ome Wiet
Buen Camino